Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Onregelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden met een klinkerwisseling in perfectum en/of imperfectum:   schrijven – schreef – heeft geschreven voldoen – voldeed – heeft voldaan springen – sprong – is gesprongen   Hebben of zijn?   De meeste onregelmatige werkwoorden krijgen ‘hebben’ als hulpwerkwoord:   Hij heeft haar een mailtje geschreven. Hij heeft de boete voldaan. […]

Plaats van de persoonsvorm in bijzinnen

  In de bijzin staan alle werkwoorden achteraan. Kijk maar: Hij is naar Zweden teruggegaan, omdat hij zich in Nederland niet meer thuisvoelde. Ik zie dat jullie een nieuwe auto gekocht hebben. Ik geloof dat zijn vader nu op vakantie is. Hij zegt dat we maar even moeten wachten. Het is nog niet bekend wanneer […]

Scheidbare werkwoorden

Scheidbare werkwoorden zijn combinaties van een werkwoord met een prefix (voorvoegsel): uitstellen (uit + stellen), aandoen (aan + doen), terechtkomen (terecht + komen), enzovoorts. Zo’n scheidbaar werkwoord schrijf je soms aan elkaar en soms niet. Hier volgen de regels.   Wel of niet uit elkaar: scheidbare werkwoorden in hoofd- en bijzinnen In hoofdzinnen Scheiden, uit elkaar […]

Plaats van de persoonsvorm in de hoofdzin

De persoonsvorm van het werkwoord staat in mededelende hoofdzinnen altijd op de tweede plaats in de zin. Kijk maar: Kinderen kijken tegenwoordig urenlang televisie. 1                2            3             …… Ook zitten ze hele dagen te gamen of te internetten 1         2     3   ……   Lekker buiten spelen is er niet meer bij. 1       […]

Het gebruik van ‘het’ in uitdrukkingen

In een aantal uitdrukkingen wordt het gebruikt. Zonder het is de uitdrukking niet compleet. Het koud hebben Het warm hebben Het goed hebben Het slecht hebben Het leuk hebben Het naar je zin hebben Het eens zijn met Het weer goed maken met iemand Het voor elkaar hebben Het met iemand kunnen vinden Het niet breed hebben Het breed laten hangen Het heeft in deze zinnen geen nadruk, je moet goed luisteren […]

Deze of dit? Die of dat?

Kijk naar het lidwoord om het juiste woord te kiezen. Is het lidwoord de of het? De → deze – die – welke – elke – iedere – onze Het → dit – dat – welk – elk – ieder – ons NB: Dit geldt alleen voor substantieven in het enkelvoud. De – woord Het – woord De machine Het apparaat Deze machine […]

Grammaticatoetsen

Overzicht van de verschillende grammaticatoetsen: Grammaticatoets Toets over grammaticatermen