Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Oplossing: de centrale vraag

De eerste versie van je centrale vraag was:

 

Wat moet de HvA doen om studenten te helpen?

 

Eerst bepaal je het domein en de variabelen:

 

Wat moet de HvA doen (3) om studenten (1) te helpen (2)?

 

Je had misschien zelf bedacht dat ‘de HvA’ hier het domein is; het is immers een organisatie. In dit geval is het domein echter ‘studenten’, want naar hen ga je onderzoek doen, zij moeten geholpen worden. ‘Studenten’ is wel een ruim begrip, dus dat zou preciezer kunnen, bijvoorbeeld: ‘eerstejaarsstudenten die van het mbo komen’.

 

De afhankelijke variabele is hier ‘te helpen’, want in hoeverre die studenten geholpen worden, is afhankelijk van ‘Wat moet de HvA doen’. Dat laatste is dus de onafhankelijke variabele. Ook deze twee kun je preciezer maken.

  • Bij de afhankelijke variabele is ‘helpen’ nogal een vraag begrip, want je kunt met van alles geholpen worden. We maken daarvan: ‘te helpen bij het schrijven van verslagen’.
  • Bij de onafhankelijke variabele zijn twee dingen nog wat vaag: ‘de HvA’ (die is wel heel groot) en ‘doen’ (wat is precies ‘doen’?). Om deze twee elementen preciezer te maken, zou je voor het volgende kunnen kiezen: ‘de HvA’ wordt ‘het taalteam van de HvA’ en ‘doen’ wordt ‘taalondersteuning bieden’.

 

De preciezere versie van je centrale vraag wordt nu dus:

Welke taalondersteuning moet het taalteam van de HvA bieden (3) aan eerstejaarsstudenten die van het mbo komen (1), om ze te helpen bij het schrijven van verslagen (2)?

 

Deze vraag voldoet aan de richtlijnen: hij is niet te breed, het (adviserende) doel is duidelijk, en de vraag is neutraal en eenduidig.

 

Het zal je misschien nog niet direct lukken om je eigen vraag preciezer te maken. Probeer de voorbeelden te gebruiken en zoek met behulp daarvan het domein en de variabelen in je eigen vraag. Je zult merken dat het steeds makkelijker wordt om een precieze onderzoeksvraag te formuleren.