Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Hoe gebruik je woorden als waarover, waarvan, waaruit?

Als je een voorzetsel met een voornaamwoord wil gebruiken, moet je geen voorzetsel + het, voorzetsel + deze/dit en voorzetsel + die/dat gebruiken, maar er + voorzetsel, hier + voorzetsel, daar + voorzetsel of waar + voorzetsel. Ingewikkeld? Kijk maar naar de voorbeelden.



1. Het is een ingewikkelde kwestie. We discussiëren er al uren over.

Over de/het → erover (= Over de kwestie)

Over deze → hierover (= Over deze kwestie)

Over die → daarover (= Over die kwestie)

Over wat? → waarover




 

 

2. Ik schrijf een artikel. Daarvoor heb ik gegevens nodig. Of: Daar heb ik gegevens voor nodig.

Voor het  → Ervoor (= Voor het artikel)

Voor dit → Hiervoor (= Voor dit artikel)

Voor dat → Daarvoor (= Voor dat artikel)

Voor wat? → Waarvoor?




 

Oefening

Welke fout wordt hier gemaakt?

  • ‘De wereld draait door’ is een programma naar wat veel mensen kijken.
  • Wat kan ik de computer mee schoonmaken?
  • Maak een nieuwe map. In dat kun je de documenten het beste opslaan.