Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Het gebruik van het lidwoord bij geografische begrippen

Je gebruikt een bepaald lidwoord, dus de of het bij geografische begrippen, bij namen van:
  • wegen, straten, pleinen, grachten
  • rivieren, kanalen, zeeën. meren, plassen
  • bergen en bossen

Bijvoorbeeld: Ze wonen in de Van Eeghenstraat, vlakbij het Vondelpark.

 

Let op: je gebruikt geen lidwoord bij:

  • eigennamen
  • werelddelen, landen, provincies, steden, dorpen.

Bijvoorbeeld: Zijn naam is Basaran. Hij komt uit Turkije en woont nu in Nederland, in Groningen.

 

Wél een lidwoord Geen lidwoord
1 Wegen, straten, pleinen, grachten. Bijvoorbeeld: de A2, de Thomas á Kempisstraat, het Muntplein, de Herengracht, enzovoorts. Eigennamen. Bijvoorbeeld:Westerman, Mulisch, Helali, Frimpong, enzovoorts.
2 Rivieren, kanalen, zeeën, meren, plassen. Bijvoorbeeld: de Donau, het Suezkanaal, de Stille Zuidzee, het IJsselmeer Werelddelen, landen, provincies. Bijvoorbeeld:Azië, Ghana, Drenthe
3 Bergen en bossen. Bijvoorbeeld:het Atlasgebergte, het Zwarte Woud Steden en dorpen. Bijvoorbeeld Rome, Zoetermeer

 

Oefening

Wat zijn de fouten?

 

  • Wij hebben jarenlang op Vrijheidslaan in Amsterdam gewoond.
  • Je kan het beste via A10 rijden.
  • Ik liep via Rokin naar Dam.
  • Zaltbommel ligt aan Waal.
  • De hoogste ‘berg’ in Nederland is Cauberg.

 

Kijk hier voor de antwoorden.