Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Voornaamwoorden of pronomina

Er zijn acht soorten prononima:   pronomen personale of persoonlijk voornaamwoord: ik, mij, zij, jullie, het, ‘m etc possessief pronomen of bezittelijk voornaamwoord: mijn, jouw, d’r, onze etc demonstratief pronomen of aanwijzend voornaamwoord: deze, die, dit, dat, zo’n etc interrogatief pronomen of vragend voornaamwoord: wie, wat, welke, wat voor een relatief pronomen of betrekkelijk voornaamwoord: […]

Antwoorden: Scheidbare werkwoorden

Oefening Welke fouten zitten er in deze zinnen?   De vergadering plaatsvindt in het gemeentehuis. Iedereen klaagt omdat de ontevredenheid onder de mensen neemt toe. Deze ziekte voorkomt bijna niet meer in Nederland. ‘Plaatsvinden’, ‘toenemen’ en ‘voorkomen’ zijn scheidbare werkwoorden. Je scheidt ze in de hoofdzin, maar niet in de bijzin.   Antwoorden   De vergadering vindt in het gemeentehuis plaats. Iedereen klaagt […]

Tekstonderdelen

De onderstaande onderdelen kunnen in de onderstaande volgorde deel uitmaken van scripties, verslagen en andere langere wetenschappelijke teksten. Houd er wel rekening mee dat per instituut, afdeling of faculteit andere afspraken bestaan over de volgorde, de benaming en het al dan niet opnemen van deze tekstonderdelen. Neem deze informatie dus niet klakkeloos over, maar informeer […]

Antwoorden: plaats van de persoonsvorm

Oefening Wat is er fout in de onderstaande zinnen? Na Nieuwjaar de directeur sprak de mensen toe. De toespraak bijna een uur duurde. Een beetje saai het was wel. Veel mensen zaten te gapen. Daarna de drankjes kwamen, gelukkig. Zo werd het toch nog gezellig. Antwoorden   De persoonsvorm staat niet op de goede plaats. […]

Antwoorden oefening lidwoorden bij geografische begrippen

Wat is de fout? Wij hebben jarenlang op ___ Vrijheidslaan gewoond. Je kan het beste via ___ A10 rijden. Ik liep via ___ Rokin naar ___ Dam. Zaltbommel ligt aan ___ Waal. De hoogste ‘berg’ in Nederland is ___ Cauberg. Het lidwoord de of het ontbreekt hier. Geografische begrippen als straatnamen, rivieren, bergen, etc. krijgen altijd een lidwoord. Het moet zijn: Wij hebben jarenlang op de Vrijheidslaan gewoond. Je kan het beste via de A10 rijden. Ik […]

Het gebruik van het lidwoord bij geografische begrippen

Je gebruikt een bepaald lidwoord, dus de of het bij geografische begrippen, bij namen van: wegen, straten, pleinen, grachten rivieren, kanalen, zeeën. meren, plassen bergen en bossen Bijvoorbeeld: Ze wonen in de Van Eeghenstraat, vlakbij het Vondelpark.   Let op: je gebruikt geen lidwoord bij: eigennamen werelddelen, landen, provincies, steden, dorpen. Bijvoorbeeld: Zijn naam is Basaran. Hij komt uit Turkije en woont nu in Nederland, in Groningen.   Wél een lidwoord Geen lidwoord 1 […]

Antwoorden oefening wel of geen -e

Het adjectief moet je in deze zinnen zonder -e gebruiken, dus:   Mijn zus is een zeer slim meisje. Op de basisschool heeft ze twee klassen overgeslagen. Het Muiderslot is een prachtig middeleeuws kasteel. Heb je het wel eens bezocht? De medewerker had een ander inzicht dan de directeur, maar de directeur besliste.

Wel of geen adjectief met -e?

Het adjectief heeft vaak een -e als het voor een substantief staat,  bijvoorbeeld: een oude stad nieuwe wetten het interessante artikel. Maar bij de enkelvoudsvorm van een het-woord dat onbepaald gebruikt wordt, komt er geen –e, bijvoorbeeld: een interessant tijdschrift (het tijdschrift) een groot plein, (het plein) een donker bos (het bos)   de-woord   het-woord onbepaald een nieuwe regering sterke koffie een vreemd artikel vers brood bepaald de nieuwe regering de sterke koffie het vreemde artikel […]

Ordenen van informatie

Denk bij het gedetailleerder invullen van het tekstschema goed na over de volgorde waarin en de manier waarop je de informatie wilt aanbieden. Vaak zit er al een logica in je materiaal. Gebruik die logica en werk: van algemeen naar detail; van oorzaak naar gevolg/resultaat; van theorie naar praktijk/voorbeeld; van probleem naar oplossing; van vroeger […]

Informatie zoeken bij het onderwerp van je tekst

Een tekst schrijf je niet vanuit jezelf. Als basis gebruik je literatuur van anderen die je combineert of toepast om zo tot eigen inzichten te komen. Hiervoor is bibliotheekonderzoek nodig. Je zoekt naar publicaties met voldoende (wetenschappelijke) diepgang. Dit kunnen bijvoorbeeld boeken, proefschriften, wetenschappelijke artikelen, congresbundels, bachelor- of masterscripties, beleidsteksten en rapporten zijn. De centrale […]