Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Voornaamwoorden of pronomina

Er zijn acht soorten prononima:

 

  • pronomen personale of persoonlijk voornaamwoord:
    ik, mij, zij, jullie, het, ‘m etc
  • possessief pronomen of bezittelijk voornaamwoord:
    mijn, jouw, d’r, onze etc
  • demonstratief pronomen of aanwijzend voornaamwoord:
    deze, die, dit, dat, zo’n etc
  • interrogatief pronomen of vragend voornaamwoord:
    wie, wat, welke, wat voor een
  • relatief pronomen of betrekkelijk voornaamwoord:
    die, dat, wie, wat, wiens
  • indefiniet pronomen of onbepaald voornaamwoord:
    iemand, niemand, iets, niets, alle, iedereen etc
  • reflexief pronomen of wederkerend voornaamwoord:
    me, je, u, zich, ons, zichzelf, jezelf etc
  • reciproque pronomen of wederkerig voornaamwoord:
    elkaar, mekaar