Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Codes bij samenvatting en het werkstuk Sterrenkunde

Stijl

  1.  Deze zin is te lang. Zie ook Houd zinnen kort.
  2. Te weinig variatie in de opbouw van zinnen. Zie ook Wissel zinsbouw, zinslengte en zinstype af.
  3. Te ouderwets/plechtig/formeel. Bijvoorbeeld derhalve, wier, welke, reeds. Zie ook Archaïsch taalgebruik.
  4. Te populair, spreektaal: nou, qua, super. Zie ook Gekleurd taalgebruik.
  5. Te persoonlijk. Zie ook Persoonlijk taalgebruikWat bedoel je hier precies? Beter uitleggen!
  6. Tendentieus taalgebruik, niet neutraal. Houd het zakelijk.
  7. Vermijd het gebruik van stopwoordjes als ook en dus.
  8. Dit is een stijlbreuk. Zie ook Voorkom stijlbreuken.
  9. Onnodig ingewikkeld. Zeg het eenvoudiger. Zie ook Doe niet moeilijk als het makkelijk kan.
  10.  

    Woordkeus/formuleringen

  11. Verkeerd woord of verkeerde combinatie van woorden. Zie ook Correct woordgebruik.
  12. Het is onduidelijk waarnaar dit woord verwijst. Zie Vage verwijswoorden.
  13. Deze uitdrukking heb je niet goed gebruikt. Zie ook de website Alle uitdrukkingen voor een overzicht van de juiste vorm van uitdrukkingen.
  14. Onzorgvuldig/lelijk uitgedrukt.
  15. Gebruik zoveel mogelijk dezelfde tijd. Zie ook Gebruik zoveel mogelijk dezelfde tijd.
  16. Personificatie. Dingen kunnen niets. Zie ook Vermijd personificaties.
  17.  

     Grammatica

  18. Deze zin is ontspoord en dus niet correct. Ga naar Ontspoorde zinnen.
  19. Congruentiefout. Zie voor meer uitleg De juiste persoonsvorm
  20. Verkeerd verwijswoord gebruikt. Ga voor uitleg naar Correct gebruik van verwijswoorden.
  21. Fout in lidwoordgebruik. Je bent een lidwoord vergeten of je hebt het verkeerde lidwoord gebruikt.
  22. Verkeerde woordvolgorde. Ga naar Een correcte zinsbouw of naar Plaats van de persoonsvorm in de hoofdzin of naar Plaats van de persoonsvorm in de bijzin.
  23. Foute samentrekking. Zie ook Samentrekkingen.
  24. Andere taalfout. Bijvoorbeeld Weglaten van er of Adjectief met of zonder -e.
  25.  

    Spelling en interpunctie

  26. De spelling van dit woord is niet correct. Kijk op Het Groene Boekje Online voor de juiste spelling van dit woord.
  27. Fout in de werkwoordspelling. Voor meer uitleg zie De werkwoordspelling.
  28. Let op aan elkaar schrijven van samenstellingen zoals hetzelfde, erop, teweegbrengen, noordpool. Zie ook Samenstellingen.
  29. Let op gebruik van koppelteken, bijvoorbeeld Lorentzkracht, noord- en zuidpool. Zie ook Koppelteken.
  30. Let op hoofdlettergebruik: de noord- en zuidpool van een magneet, maar de Noord-en Zuidpool van de aarde, Lorentz-kracht. Zie ook Hoofdletters.
  31. Let op gebruik van apostrof of ander accentteken. Ga naar Het Groene Boekje Online voor de juiste spelling van dit woord.
  32. Voluit schrijven:

    – getallen onder de twintig: dertien, vier

    – afkortingen als: e.d., n.l., m.i., i.p.v.

    – tweede, derde

  33. Zet een komma tussen de werkwoorden van twee verschillende zinsdelen.
    De studie die ik volgde, voldeed niet aan mijn verwachtingen.

    Zie voor uitleg Komma.

  34. Hier moet een punt staan, geen komma. Zet de punt op tijd.
    Met alleen zo’n zwart gat redden we het niet om een quasar te maken er is ook nog een energiebron nodig.
    Met alleen zo’n zwart gat redden we het niet om een quasar te maken. Er is ook nog een energiebron nodig.

    Zie voor uitleg Komma.

  35. Hier moet geen punt staan. Zet de punt niet te snel.
    Onderzoek kan nog steeds gedaan worden met behulp van de Hubble-telescoop. Want de quasars zijn na bijna een halve eeuw onderzoek nog steeds een bron van mysterie.
    Onderzoek kan nog steeds gedaan worden met behulp van de Hubble-telescoop want de quasars zijn na bijna een halve eeuw onderzoek nog steeds een bron van mysterie.
  36. Gebruik een komma na een relatieve bijzin. Werknemers die goed presteren, ontvangen aan het eind van het jaar een bonus.

    Zie voor uitleg Komma.

  37. Hier moet een dubbele punt staan. Zie ook Dubbele punt.
  38. Gebruik een vraagteken.
  39. Hier moet een komma staan. Zie voor uitleg Komma.
  40. Hier moet geen komma staan. Zie voor uitleg Komma.
  41. Gebruik liever geen uitroeptekens in een wetenschappelijke tekst.
  42.  

    Technische verzorging

  43. Titels en tussenkopjes moet je typografisch onderscheiden van de rest van de tekst.
  44. Nieuwe alinea, dus inspringen.
  45. De eerste alinea na een witregel of titel spring je nooit in.
  46. Witregel weg.
  47. Meer wit boven een kopje dan eronder.
  48. Gebruik regelafstand 1,5.
  49. Kantlijninstellingen kloppen niet.
  50. Lettertype/lettergrootte niet in orde.
  51. Waarom is dit woord of deze zin geaccentueerd?
  52. Spatiëring is niet in orde.
  53. Afbeelding is onduidelijk.
  54. Geef afbeeldingen altijd een titel en cijfer, dus Figuur 1. Vervorming ruimtetijd
  55. Zet de tekst onder de afbeelding in een ander lettertype dan de overige tekst.
  56. Plaats de lopende tekst alleen boven of onder een afbeelding, niet ernaast.
  57. Dit tekstonderdeel moet je nummeren.
  58. Geen (dubbele) punt na een titel of tussenkopje.
  59. Deze literatuurverwijzing staat niet op de juiste plaats. Zie paragraaf 7.4/7.5
    van de Handleiding Wetenschappelijke verslaglegging.
  60. Deze literatuurverwijzing is niet op de juiste manier weergegeven. Zie paragraaf
    7.5 van de Handleiding Wetenschappelijke verslaglegging.
  61. Deze bron is niet op de juiste manier weergegeven. Zie paragraaf 7.6 van de
    Handleiding Wetenschappelijke verslaglegging.
  62. Paginanummering ontbreekt.
  63. De titelpagina is niet volledig of ontbreekt.