Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Verschillende soorten vragen

Tijdens een interview kun je diverse soorten vragen stellen. Het is goed om je je dat te realiseren voordat je begint met het interview. Hoe je een vraag formuleert, bepaalt in hoge mate wat voor antwoord je krijgt. Bedenk daarom met behulp van onderstaande informatie vooraf de letterlijke formuleringen van de vragen. Op die manier kun je de informatie die je wilt krijgen, sturen.
 

Bij open vragen heeft de geïnterviewde ruimte om te antwoorden.

Wat vindt u van…? Waarom …? Hoe komt het dat…? Wat kunt u vertellen over…?
  • Voordeel: je duwt de geïnterviewde niet een bepaalde kant op.
  • Nadeel: de geïnterviewde kan te veel kanten opgaan.

 

Bij gesloten vragen zijn maar een paar antwoorden mogelijk.

Is uw werk belangrijk voor u? – Ja. Gaan studenten in de toekomst online college volgen? – Misschien.
  • Voordeel: je kunt iemand tot een simpel antwoord dwingen.
  • Nadeel: de sturing kan vervelend zijn en iemand kan heel korte antwoorden geven, waardoor je weinig informatie krijgt.

 

Met directe vragen ga je direct op je doel af.

Bent u tevreden met uw werk?
  • Voordeel: direct en duidelijk.
  • Nadeel: het kan brutaal overkomen.

 

Met indirecte vragen ga je niet direct op je doel af.

Welke leuke kanten heeft uw werk?
  • Voordeel: het is niet zo confronterend.
  • Nadeel: je krijgt niet altijd de informatie die je wilt.

 

Stel aan het begin van het interview vooral open en indirecte vragen (zo voelt de geïnterviewde zich meer op zijn gemak) en pas later gesloten en directe vragen om meer precieze informatie los te krijgen.

 

Doorvragen

Soms geeft iemand enkel korte antwoorden, waardoor je niet genoeg informatie krijgt. Vraag dan tijdens het interview goed door. Je kunt dit op verschillende manieren doen.