Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Het veranderen van spreekgedrag

Krijg je vaak te horen dat je mompelt, heb je het gevoel dat je te snel praat, of juist te vaak ‘eh’ zegt of articuleer je niet goed? Dan is het tijd om iets aan je spreekgedrag te veranderen.

Het veranderen van spreekgedrag gebeurt in vier fases:

 

1. Bewustwording van het probleem

Krijg je vaak dezelfde opmerkingen over je spreekgedrag? Zeggen mensen bijvoorbeeld vaak: ‘Wat zeg je’? Of gebruik je vaak hetzelfde stopwoordje (bijvoorbeeld ‘eh’)? Je bent je bewust van het probleem en je bent er steeds meer mee bezig.
 

2. Achteraf merk je het gedrag op

Je hoort steeds nadat je bijvoorbeeld het stopwoordje hebt gezegd, dat je het zegt. Het lijkt zelfs alsof het steeds erger wordt. Dat is niet zo, maar je let er nu meer op.
 

3. Terwijl je het zegt, merk je het gedrag op

Op het moment dat je het stopwoordje zegt, ben je je ervan bewust dat je het zegt.
 

4. Net voordat je het wilt zeggen, doe je het niet

In dit stadium kun je jezelf tijdig corrigeren en slik je dus net dat stopwoordje in of bedenk je dat je duidelijker moet articuleren.
Hoe lang het duurt voordat je je spreekgedrag veranderd hebt, hangt onder meer af van je motivatie, de hardnekkigheid van die gewoonte, je verwachtingen en de tijd die je erin wilt steken. Concentreer je op één aspect van je spreekgedrag.

 

Hulpmiddelen

Het kan handig zijn om je stem op te nemen, zodat je het later terug kunt luisteren. Dit kan confronterend zijn, maar het is de enige manier om objectief je stemgedrag te beoordelen.

 

Oefeningen

Neem jezelf op terwijl je een tekst op een normale manier voorleest. Luister het daarna af zonder de tekst erbij te houden. Kun je alles verstaan wat je zei? Doe de oefening hierna nog een keer, maar dan heel overdreven. Luister de band af en beluister het verschil. Het voelt misschien heel overdreven om duidelijk te articuleren, maar was je beter verstaanbaar?

 

Doe alsof je met een vriend of vriendin praat en vertel wat je gisteren hebt gedaan. Neem jezelf op. Luister daarna kritisch naar je verhaal. Gebruik je dat stopwoordje echt zo vaak? Of praat je echt te snel? Herhaal de oefening en experimenteer met je tempo, manier van articuleren en het niet-gebruiken van stopwoordjes.

 

Vraag aan een goede vriend of vriendin of hij/zij je feedback geeft op je spreekgedrag. Vraag of hij/zij je erop wil wijzen iedere keer als je het ongewenste spreekgedrag vertoon