Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Het sollicitatiegesprek: het verloop

Hoe verloopt een sollicitatiegesprek en waar moet je op letten tijdens het gesprek?

 

De eerste indruk

De eerste indruk die je maakt, is ontzettend belangrijk. Het gaat hier niet alleen om de kleding die je draagt, maar om veel meer zaken.

  • Zorg dat je minimaal tien minuten voor de afspraak aanwezig bent.
  • Zit vanaf het begin in je rol. Behandel dus de baliemedewerker hetzelfde als je gesprekspartner. Het kan goed dat ook naar zijn/haar mening over jou wordt gevraagd.
  • Kom enthousiast en vriendelijk over. Begroet je gesprekspartner met een glimlach en een stevige handdruk.
  • Straal zelfvertrouwen uit. Let erop dat je een open, ontspannen houding aanneemt.
  • Kijk je gesprekspartner aan, maak oogcontact.
  • Een frisse adem is erg belangrijk, maar gooi je kauwgom van tevoren weg.

 

Het verloop van het gesprek

Een sollicitatiegesprek verloopt vaak in een vaste volgorde:

 

De inleiding: Je gesprekspartner opent het gesprek. Je krijgt informatie over het bedrijf en het verloop van het gesprek wordt uiteengezet.

 

Het gesprek: Dan begint het gesprek. Eerst worden er algemene vragen gesteld over je opleiding en werkervaring. Daarna komen er vragen over je interesses, motivatie en eigenschappen. Ten slotte krijg je zelf de mogelijkheid om vragen te stellen. Vaak worden standaardvragen gesteld. Bereid je goed voor en oefen je antwoorden op deze voorbeeldvragen.

 

De afsluiting: Je gesprekspartner sluit het gesprek af. Vaak krijg je nog informatie over de sollicitatieprocedure, bijvoorbeeld op welke termijn en op welke manier er contact met je wordt opgenomen.

 

Omgaan met zenuwen

Het is helemaal niet erg om zenuwachtig te zijn voor je sollicitatiegesprek. Bijna iedereen heeft hier last van. Je gesprekspartner weet dit en houdt hier rekening mee.

 

Blijf rustig: Haal af en toe diep adem. Het is niet erg als je soms even na moet denken over het antwoord. Als je een vraag niet begrijpt, vraag dan om verduidelijking. Laat je gesprekspartner uitpraten. Ga niet friemelen aan je kleding of met een pen.

 

Let op je stem: Spreek duidelijk en niet te snel. Gebruik niet teveel stopwoordjes.

 

Stiltes: Je gesprekspartner kan af en toe stiltes laten vallen. Soms is dit om meer informatie uit je te krijgen. Word hier niet onzeker van en laat je niet verleiden om deze stiltes vol te ‘kletsen’. Zeg alleen dingen waar je goed over hebt nagedacht.

 

Onderbrekingen: Laat je niet afleiden door een onderbreking van het gesprek (bijvoorbeeld een telefoontje of een collega die binnenkomt). Onthoud goed waar het gesprek over ging voor de onderbreking zodat je meteen de draad weer op kan pakken.

 

Gaat het goed?: Je gesprekspartner zal je tijdens het gesprek je op je gemak laten voelen, maar zal niet laten blijken of het gesprek goed ging. Stel gerust vragen over het verdere verloop van de procedure, maar verwacht niet dat je dan direct te horen krijgt of je door bent naar de volgende ronde.

 

Oefenen: Als je weet wat je te wachten staat, ben je meestal minder zenuwachtig. Bereid je daarom goed voor. Bekijk de vragen die vaak gesteld worden en oefen op antwoorden die jij zou kunnen geven. Oefen het gesprek ook met iemand anders. Zorg dat je niet hoeft na te denken over vragen als ‘Kun je jezelf eens omschrijven?’, ‘Wat trekt je zo aan in deze functie’ en ‘Wat zijn je sterke en minder sterke kanten?’

 

Wil je meer weten over spreekangst, kijk dan hier.