Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Spreektaalelementen in geschreven teksten

Regelmatig zie je dat in geschreven teksten elementen van de spreektaal van veel Nederlanders worden gebruikt, zoals:

 

1 Hun hebben het gedaan.
2 Het wetsontwerp wat vandaag ter tafel ligt, betreft de verhoging van de AOW-leeftijd.
3 Zij kan beter leren als haar zusje
4 Dat zijn mensen waar ik absoluut niet meer mee te maken wil hebben.

Voor de meeste schrijfadviseurs, taaldocenten en ook veel Nederlanders is het gebruik van zulke spreektaalelementen taboe in formeel geschreven Nederlands. Laten we deze ‘taalfouten’ nog eens onder de loep nemen.

 

Voorbeeld 1 Hun hebben het gedaan

Het hun in Hun hebben het gedaan kan je horen uit de mond van vele duizenden Nederlanders, en dat zijn niet alleen laagopgeleiden. Hun als subject in plaats van het correcte zij of ze wordt in toenemende mate in formele situaties gebruikt. Het gebruik is ook niet van vandaag of gisteren: Anne Frank gebruikte het in de oerversie van haar dagboek. Niet alleen taaldocenten, maar ook veel gewone Nederlanders gruwen van het mondeling, maar zeker van het schriftelijke gebruik van hun als subject.

 

Gebruik hun niet als subject in formeel geschreven Nederlands.

 

Voorbeeld 2 Het wetswetontwerp wat….

Dat er een rode streep gaat in geschreven teksten door wat in het wetsontwerp wat of in dat is een plan wat we zo snel mogelijk moeten uitvoeren is eigenlijk vreemd. Verreweg de meeste Nederlanders, hoogopgeleid of niet, gebruiken dit wat in formele en informele gesproken taal, in plaats van het correcte dat. Ze zijn zich dit echter niet bewust. Het foutieve gebruik van wat als verwijswoord is nog een taboe.

 

Vermijd wat als verwijswoord wanneer er dat moet staan.

 

Kennelijk stuiten niet alle hierboven gegeven taboe-elementen in geschreven taal op evenveel weerstand. Schriftelijk gebruik van de mensen waarmee in plaats van het correcte de mensen met wie lijkt veel minder aanstootgevend dan gebruik van hun als subjectspronomen. Kennelijk is dit fenomeen in zowel gesproken als geschreven taal veel meer geaccepteerd is en dus kun je het gebruiken in beide situaties.