Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Gebruik van ‘jij’ en ‘je’

 

‘Je’ kan op twee manieren gebruikt worden:

 

1. Als persoonlijk voornaamwoord. Het is dan een vorm van ‘jij’.  bijvoorbeeld:

  • Kom je / jij ook?

‘Jij’ heeft nadruk en ‘je’ heeft geen nadruk.

 

2. Als onbepaald voornaamwoord. Je gebruikt het om algemene dingen te zeggen, dingen die voor iedereen gelden. Bijvoorbeeld:

  • Je mag hier niet roken.
  • Je mag twintig kilo bagage meenemen.
  • Je kunt in de Eiffeltoren met de lift omhoog.

Hier mag je geen ‘jij’ gebruiken.

 

 


Oefening: ‘jij’ en ‘je’

Welke fouten staan in onderstaande zinnen?

  1. In dat restaurant kan jij heerlijk eten.
  2. Jij kunt de tijd nu eenmaal niet terugdraaien.
  3. Een kind kan jij iets uitleggen, een hond niet.




Meer weten over ‘je’en ander onbepaalde voornaamwoorden?

 

 

  • Zie ‘De regels van het Nederlands’: Hoofdstuk 26 Het onbepaalde voornaamwoord.