Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Het gebruik van ‘het’ in uitdrukkingen

In een aantal uitdrukkingen wordt het gebruikt. Zonder het is de uitdrukking niet compleet.
  • Het koud hebben
  • Het warm hebben
  • Het goed hebben
  • Het slecht hebben
  • Het leuk hebben
  • Het naar je zin hebben
  • Het eens zijn met
  • Het weer goed maken met iemand
  • Het voor elkaar hebben
  • Het met iemand kunnen vinden
  • Het niet breed hebben
  • Het breed laten hangen

Het heeft in deze zinnen geen nadruk, je moet goed luisteren om het te horen, bijvoorbeeld in: ‘Ik ben ‘t er niet mee eens’ , ‘Wij hadden ‘t zo koud’, ‘Ik geloof dat hij ‘t daar wel leuk heeft gehad.’

 

Oefening ‘het’ in uitdrukkingen

Herken je de fout?

  • A: Tilburg is de mooiste stad van Nederland. B: Daar ben ik niet mee eens.
  • A: Geert Mak schrijft interessante boeken. . B: Daar ben ik helemaal mee eens.
  • A: Ik vind deze regering niet zo daadkrachtig. B: Ik ben met jou eens.
  • A: Vind je het prettig hier? B: Nee, ik heb koud.
  • A: Hoe vind je het leven in Nederland? B: Goed, ik heb goed in dit land.