Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Correct gebruik van verwijswoorden

Het is belangrijk dat je het correcte verwijswoord kiest. Naar de-woorden verwijzen we met hij, hem, die, deze, dezelfde. Naar het-woorden verwijzen we met het, dit, dat, hetzelfde, zoals je ook in het onderstaande schema kunt zien:

 

de-woord

hij/hem, die, deze, dezelfde

het-woord

het/het, dit, dat, hetzelfde

 

Een aparte categorie vormen de woorden die gebruikt worden voor een organisatie, een instelling of een vereniging. Zijn dit vrouwelijke woorden, dan gebruiken we zij of haar om te verwijzen. Bij een mannelijk woord gebruiken we hij, hem of zijn. Of een woord mannelijk of vrouwelijk is kunnen we in het Nederlands niet meer zien, maar je kunt dit opzoeken op woordenlijst.org.

 

Dus:

De vereniging heeft haar leden opgeroepen voor de jaarvergadering

De gemeenteraad heeft zijn vergadering uitgesteld.

 

Gaat het om een onzijdig woord dan gebruiken we het of zijn:

Het gerechtshof heeft zijn rechters verzocht de procedure te starten.