Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Online hulpmiddelen voor woordenschatuitbreiding (voor NT2’ers)

Er zijn een aantal digitale hulpmiddelen om je woordenschat te vergroten: de betekenis, vertaling of de juiste vorm van een uitdrukking of spreekwoord:  Nederlandse spreekwoorden en gezegden een synoniem van een woord:  Synoniemennet oefenen met synoniemen:  Cambiumned de betekenis van een woord weten: Online woordenboek van Van Dale de spelling van een woord weten en de […]

De juiste woordvorm

Je kunt de vorm van een woord op verschillende manieren veranderen. 1. Samenstelling   Je kunt van twee of drie woorden één woord maken: boeken + kast = boekenkast studie + financiering = studiefinanciering eerste + jaar + student = eerstejaarsstudent hbo + opleiding = hbo-opleiding massa + ontslag = massaontslag   Bij de samenstelling moet […]

Niet of geen?

Soms kan de keuze tussen niet of geen lastig zijn.   Ik heb geen Nederlands geleerd.   Ik heb niet Nederlands geleerd.   In dit voorbeeld is de eerste zin de correcte zin, want je wilt hier Nederlands ontkennen. Nederlands is een onbepaald substantief. Onbepaalde substantieven ontken je door er geen voor te zetten. Alle […]

Als of dan?

Honden zijn veel leuker als katten. Honden zijn veel leuker dan katten.  Er is hier sprake van een verschil bij een vergelijking, en in dat geval gebruiken we dan. Als gebruik je wanneer de twee delen die je vergelijkt hetzelfde zijn: Honden zijn net zo leuk als katten. Als je niet zeker weet welk persoonlijk voornaamwoord je achter ‘als’ of ‘dan’ moet zetten, maak de […]

Voornaamwoorden of pronomina

Er zijn acht soorten prononima:   pronomen personale of persoonlijk voornaamwoord: ik, mij, zij, jullie, het, ‘m etc possessief pronomen of bezittelijk voornaamwoord: mijn, jouw, d’r, onze etc demonstratief pronomen of aanwijzend voornaamwoord: deze, die, dit, dat, zo’n etc interrogatief pronomen of vragend voornaamwoord: wie, wat, welke, wat voor een relatief pronomen of betrekkelijk voornaamwoord: […]

Scheidbare werkwoorden

Scheidbare werkwoorden zijn combinaties van een werkwoord met een prefix: uitstellen (uit + stellen), aandoen (aan + doen) , terechtkomen (terecht + komen), enzovoorts. Zo’n scheidbaar werkwoord schrijf je soms aan elkaar en soms niet. Hier zijn de regels:   In hoofdzinnen: Scheiden: De gemeente nodigt alle inwoners uit. (presens of imperfectum) De gemeente besloot […]

Tangconstructies

In (te) lange zinnen zet je zinsdelen die bij elkaar horen, soms te ver uit elkaar. Dit heet een tangconstructie. Zulke zinnen zijn lastig voor de lezer. Bovendien maak je er vaak fouten mee. Voorbeeld Je ziet bij het Engels dat omdat spelling en uitspraak zoveel van elkaar verschillen is het bijna onmogelijk om de […]

Ontspoorde zinnen

Bij lange zinnen loop je eerder het risico dat je de zin niet correct afmaakt, bijvoorbeeld omdat je niet consequent voor één grammaticale vorm kiest. Bekijk de volgende voorbeelden. Dankzij rijkssubsidies werd het hele museum herbouwd, de doelstellingen verhelderd, de collectie uitgebreid, de vaste presentatie heringericht en tijdelijke tentoonstellingszalen toegevoegd. De persoonsvorm werd staat in […]

Een correcte zinsbouw

Wanneer je graag langere zinnen formuleert, moet je de volgende zaken goed in het oog houden tijdens het schrijven: Voorkom dat zinnen ontsporen Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort Let op bij samentrekkingen Wees voorzichtig met beknopte bijzinnen

Het belangrijkste is / zijn

zin 1 Het belangrijkste nadeel is de investeringen zin 2 Het belangrijkste nadeel zijn de investeringen De tweede zin is juist omdat de persoonsvorm wordt afgestemd op het deel dat de meeste informatie geeft. Het is hier niet duidelijk of het belangrijkste nadeel of de investeringen het subject is. Je kiest dan als onderwerp voor het meest informatieve […]