Hét online taaladviespunt HvA en UvA

Antwoorden: het gebruik van presens voor verleden en heden

Welke fouten worden hier gemaakt?     Ik heb al heel lang op de Overtoom gewoond. Hij heeft al jaren in Rome gewerkt. Ze heeft al zes jaar wiskunde gestudeerd.   Antwoorden     De tijd is niet goed. Je moet hier het presens gebruiken.     Ik woon al heel lang op de Overtoom. […]

Het gebruik van presens voor verleden en heden

Het gebruik van ‘presens’ Je gebruikt het presens voor iets wat nu gebeurt, voor iets wat regelmatig gebeurt en voor de toekomst. Bijvoorbeeld:   Ik ga altijd op de fiets naar mijn werk. Meestal is het droog weer, maar vandaag regent het pijpenstelen. Ik word kleddernat. Morgen neem ik een regenponcho mee.   Je gebruikt het presens ook voor het heden met een stuk verleden. […]

Antwoorden Zinnen met vaart

1  Probleem is de lange aanloop tot de kern. Beter is:   Men had reeds lang kunnen voorzien dat het voorstel niet zou worden aangenomen door de Baltische staten, en dat er veel kritiek op zou komen van de andere EU-lidstaten. De andere lidstaten waren immers al eerder bij de kwestie betrokken, omdat er veel weerstand bestond onder […]

Antwoorden: uitdrukkingen met ‘er’

Welke fout wordt er gemaakt? U ziet goed uit vandaag, beter dan gisteren. Voelt u zich ook beter? Ik ga snel vandoor. Het college begint over vijf minuten. Hij is helemaal overwerkt. Hij gaat een tijdje tussenuit. Antwoorden De uitdrukkingen in de zinnen zijn niet compleet. Het woordje ‘er’ ontbreekt.   U ziet er goed […]

Uitdrukkingen met ‘er’

In een aantal uitdrukkingen wordt er gebruikt. Zonder er is de uitdrukking niet compleet. Er heeft geen nadruk, je moet goed luisteren om het te horen. Eruitzien Er vandoorgaan Er van langs krijgen Dat komt ervan Er een tijdje uitgaan   Oefening: ‘er’ in uitdrukkingen Welke fout wordt er gemaakt? U ziet goed uit vandaag, beter dan gisteren. Voelt u zich ook beter? Ik […]

Antwoorden: het gebruik van ‘er’ in combinatie met telwoorden

  Wat is de gemaakte fout?  Heb jij een pasje?  * Ja, ik heb. Hebben ze kinderen?   *  Nee, ze hebben geen. Was er veel belangstelling voor zijn kaartjes?   * Ja, ik geloof dat hij er zo’n honderd verkocht heeft.   Antwoorden Het woordje ‘er’ ontbreekt. Het moet zo:   Heb jij een pasje? […]

Het gebruik van ‘er’ in combinatie met telwoorden

  Het gebruik van ‘er’ in combinatie met telwoorden. Je gebruikt ‘er’ in combinatie met een telwoord (twee, 100, veel, genoeg) als het duidelijk is waarover het gaat. Bijvoorbeeld:       Hoeveel broers heb je? Ik heb er vier. Van hen heb ik er twee al jaren niet gezien. Wil je nog meer broodjes […]

Antwoorden: gebruik van ‘jij’ en ‘je’

Welke fouten staan in onderstaande zinnen? In dat restaurant kan jij heerlijk eten. Jij kunt de tijd nu eenmaal niet terugdraaien. Een kind kan jij iets uitleggen, een hond niet.    Antwoorden Het gebruik van ‘jij’ klopt niet. Je moet hier ‘je’ gebruiken.   In dat restaurant kan je heerlijk eten. Je kunt de tijd […]

Gebruik van ‘jij’ en ‘je’

  ‘Je’ kan op twee manieren gebruikt worden:   1. Als persoonlijk voornaamwoord. Het is dan een vorm van ‘jij’.  bijvoorbeeld: Kom je / jij ook? ‘Jij’ heeft nadruk en ‘je’ heeft geen nadruk.   2. Als onbepaald voornaamwoord. Je gebruikt het om algemene dingen te zeggen, dingen die voor iedereen gelden. Bijvoorbeeld: Je mag hier niet roken. […]

Antwoorden: ‘Hebben’ en ‘zijn’ als hulpwerkwoorden van tijd

Welke fouten staan in onderstaande zinnen?   Zij hebben vorige week naar Parijs verhuisd. De bomen in de straat hebben enorm gegroeid. Ze zijn reusachtig geworden. Deze zomer heeft hij naar Santiago de Compostela gelopen.   Antwoorden Het hulpwerkwoord ‘hebben’ klopt niet. Je moet ‘zijn’ gebruiken.   Zij zijn vorige week naar Parijs verhuisd. De […]